Wie zijn die Wouwelaars?

Volkskunstgroep De Wouwe ontleent zijn naam aan de bloem die vroeger te Meerbeke-Ninove gekweekt werd als kleurstof voor textiel. De groep werd opgericht in 1977. Begeleid door enkele rasechte volksmuzikanten dansen wij het jaar rond. Met stokken- en zwaarddansen, ons overgeleverd uit de middeleeuwse traditie, stampen wij de vruchtbaarheid uit de grond. Rond de meiboom zingen en dansen wij over onze liefde voor mens en natuur. In de late zomer, als de oogst is binnengereden, vieren wij de vrijgevige natuur en drukken onze dank uit in stelten- en oogstdansen; onze vendeliers ontbreken niet op het feest. Het jaar loopt naar zijn einde, de bladeren vallen. In de statige kadrils tonen wij onze samenhorigheid. De winter brengt ons een tijd van bezinning; hoopvol blikken wij naar de toekomst, naar een nieuwe jaarkring.

Van waar komen ze?

Meerbeke is een deelgemeente van de Stad Ninove, in het zuiden van Oost-Vlaanderen. Naast de sporen van een rijk verleden biedt de streek haar prachtig natuurschoon in Neigembos en de omliggende dorpen. Rustig gelegen op 25 km ten westen van Brussel, op de grens van het Pajottenland en de Vlaamse Ardennen, temidden van de Denderstreek, is het tevens een ideale uitvalsbasis voor de verkenning van heel Vlaanderen.

Historiek

De families Ancaer-Beyl, Maris-Smet en De Henau-Wéry waren na een volksdansvoorstelling zo enthousiast dat zij op 29 november 1979 samen besloten zelf een volksdansgroep te stichten. Chris Smet, die was overgewaaid uit Sint-Niklaas, leerde de eerste pasjes aan. Vrij vlug werd de groep vervoegd door twee rasechte volksmuzikanten die zich in de streek waren komen vestigen. De basis van de Wouwe was gelegd. Stilaan breidde de groep uit met volksdansers en muzikanten.

Wouwe (reseda luteola) of wilde reseda is een tweejarige plant die ongeveer 50 cm hoog wordt. De plant groeit op kalkrijke bodem en heeft kleine gele, reukloze bloempjes. De plant werd door de abdij van Ninove op grote schaal gekweekt voor de gele kleurstof die door de lakenververs werd gebruikt. Ook in de tapijtweverijen werd wouwegeel verwerkt. In 1464 verbouwde de abdij 7 dagwand of 1ha 23 a wouwe. Na de oogst in juni werd uitbundig gefeest, gedanst, gegeten en gedronken onder begeleiding van pijpers (= doedelzakspelers).

Het uitgangspunt was een groep voor en door de leden. Dus geen optredens, geen volksdanskledij maar echt en zuiver volksdans beleven één met de overgeleverde gebruiken en de jaarkrans van de natuur. Om het geheel een feestelijk karakter te geven werd ook gestart met vendelen. De eerste vlaggen werden door onze dames eigenhandig ontworpen en gestikt. De vendeliers volgden lessen om zo vlug mogelijk een en ander onder de knie te krijgen.

Met de tijd en na vele "diepgaande" gesprekken evolueerden onze meningen. Het volksdansen louter voor eigen plezier werd stilaan als te beperkt ervaren. De noodzaak om naar buiten te treden en het publiek te laten kennis maken met onze Vlaamse gebruiken en overlevering werd groot en enkele dames verslonden boekwerken over volkskunst, volksdanskledij en folklore op zoek naar het Meerbeekse en Ninoofse verleden. Dit resulteerde in het zelf maken van een geschiedkundig verantwoorde kledij: de boerendracht van het einde van de 19e eeuw. Een eerste optreden werd gebracht bij het huwelijk van een van de leden. We hadden de smaak te pakken! Regelmatig optreden verplichtte ons immers tot afwerking, verbetering, afwisseling.

Zoals alle andere volksdansgroepen in Vlaanderen richtten ook wij ons eerste volksdansfeest in. Gestimuleerd door het gunstige onthaal van onze dorpsgenoten en om wat volkse sfeer in de gemeente te brengen werd in 1980 een eerste oogstfeest ingericht. Nogal primitief maar het hele dorp kwam kijken. Ook de kleinsten werden niet vergeten. Enkele jaren werd een kindergroep levend gehouden op zondagvoormiddag maar dit werd wel zwaar voor dansleiding en muzikanten. Vorig jaar zijn we echter opnieuw begonnen met jeugddans en met succes: op de dansstonden komen steeds een twintigtal enthousiaste jongeren af.

Onze faam groeide maar ook onze grenzen werden verlegd. We keken uit naar het buitenland. Eerst trokken we schoorvoetend naar volkskunstminnend Duitsland, daarna toonden we ons kunnen en onze Vlaamse dansoverlevering in Nederland, Denemarken, Frankrijk, Engeland, Litouwen en zelfs China!

Naast het louter volksdansen werd meer en meer aan volkskunst gedaan en dit tot op vandaag. Bij het huwelijk van een van onze leden wordt een kruissteeklapje aangeboden met voorstelling van de wouweplant en vakkundig "gekruist" door eigen mensen. Een geboorte werd vereeuwigd met een papierknipwerk van Eugeen Van den Broeck uit Asse. Enkele leden voelden zich uitgedaagd en sindsdien zijn zijzelf de geknipte personen voor deze tak van de volkskunst. Ook de oude kunstvorm van het strovlechten wordt in het gepaste seizoen druk beoefend.

De wekelijkse dansstonden op dinsdagavond in de Linde zijn ons niet genoeg. Met de seizoenen mee vieren wij de jaarkrans. Met driekoningen zingen wij het dorp een heilvol beginnend jaar toe. Eind januari trachten wij met volksdansvrienden uit heel Vlaanderen de koude winter even te vergeten in ons jaarlijks volksdansbal. Als de lente komt drinken wij ons moed in met een zelfbereide meidrank; we verbranden de winter met al zijn ongemakken en stampen de vruchtbaarheid uit de grond al dansend rond de meiboom. Met Sint-Jan, op 21 juni, dansen we rond de midzomerstok en een groot vreugdevuur luidt de zomer in. Eind augustus als de oogst is binnengereden, danken wij de natuur voor zon, regen, spijs en drank. Samen met de harmonie en het hele dorp houden wij ons oogstfeest op hof Eendenplas. Muziek en dans, Geuze en Kriek, boestering en pellepatat zijn onze bondgenoten.

Zoals elke weldenkende vereniging houden wij ook ons Teerfeest. Al onze vrienden die geholpen hebben voor het welslagen van het oogstfeest worden uitgenodigd. Op die dag in november vieren wij ook Sint-Cecilia die in hoogst eigen persoon de muzikanten in de bloemetjes komt zetten. Midwinter is weer de tijd van bezinnen en wij gedenken het voorbije jaar. Ons ingetogen Joelfeest is een hoop op de toekomst waarin vuur en licht, zang en muziek de lange winternacht doorbreken.

Met onze vele optredens bij dorpsfeesten en andere feestelijkheden in Vlaanderen, bij verbroederingen met buitenlandse groepen, met vieringen bij huwelijken, dopen en verhuizen willen wij ertoe bijdragen dat onze schat aan Vlaamse dansen, liederen en oude gebruiken niet in de vergetelheid geraken.
Comments